...
7.4 Vervolg 2
Opgave 7.23
Tijdens de uitverkoop in januari gaat Dylan wat nieuwe schoolspullen aanschaffen.

Op de agenda van €12,95 zit nu 45% korting dus die wil hij ook wel hebben.

De schriften zijn afgeprijsd van €1,25 naar €0,75, daarvan neemt hij er vijf.

Op de geodriehoeken zit een korting van 15% en kosten nu €1,95 per stuk. Hij wil er drie.

Dan wil hij nog een passer en een rekenmachine. Die zijn echter niet in de uitverkoop en zelfs in prijs gestegen.
De passer was voorheen €5,95 en is nu €1,50 duurder. De prijs van de rekenmachine is verhoogd met 12,5% en kost nu afgerond €22,50.

Geld rond je natuurlijk af op twee decimalen en procenten rond je af op één decimaal.

  • Wat kost de agenda nu in de uitverkoop ?
  • Hoeveel procent bedraagt de korting op de schriften ?
  • Wat was de oude prijs van de geodriehoeken ?
  • Met hoeveel procent is de prijs van de passer gestegen ?
  • Wat was de oude prijs van de rekenmachine ?
  • Hoeveel moet Dylan in totaal betalen ?
  • Hoeveel procent neemt de prijs van de rekenmachine in beslag van de totaalprijs ?
  • Opgave 7.24
    In een voetbalstadion gaan 17650 mensen.
    Bij een belangrijke wedstrijd is 17,5% van de plaatsen beschikbaar voor de supporters van de bezoekende club.

    Het stadion is geheel uitverkocht.
    In de pauze bezoekt 2,7% van de bezoekende supporters de kantine en 9,3% van de thuissupporters bezoekt de kantine voor een drankje, versnapering of toiletbezoek.

    De bezoekende supporters betalen 20% meer voor hun kaartje als de thuissupporters die allemaal een abonnement hebben. De bezoekers moeten €21,- betalen.

  • Hoeveel plaatsen zijn er beschikbaar voor de bezoekende supporters ?
  • Hoeveel mensen bezoeken in de pauze de kantine ?
  • Wat kost een kaartje voor de thuissupporters ?
  • Inhoud Hoofdstukken  |   Inhoud H7  |   naar boven  |   vorige  |   vervolg