...
7.3 Kortingen en Winst
Van alle rekenarij in het dagelijkse leven wordt waarschijnlijk wel het meest met procenten gerekend. Denk bijvoorbeeld maar eens aan kortingen in de uitverkoop, winst of verlies uitgedrukt in percentages, rente, BTW, enzovoort.

Vermenigvuldigingsfactor
Als een artikel met bijvoorbeeld 25% korting wordt verkocht wil dat zeggen dat er 75% moet worden betaald.

De oorspronkelijke prijs moet dan worden vermenigvuldigd met 0,75

Die 0,75 noemen we dan de vermenigvuldigingsfactor

nieuwe prijs = 0,75 x oude prijs

Als de prijs van een artikel met 25% is gestegen, moet de klant 125% van de oorspronkelijk prijs betalen. Dan wordt de vermenigvuldigingsfactor 1,25.

Als een winkelier 30% winst wil maken op een artikel dan moet de klant dus 130% van de inkoopprijs betalen.
De inkoopprijs moet dan worden vermenigvuldigd met 1,30
In dit geval is de vermenigvuldigingsfactor 1,30

verkoopprijs = 1,30 x inkoopprijs

Opgave 7.06
Waarmee moet je de oude prijs vermenigvuldigen als er sprake is van:

Opgave 7.07
Gegeven de volgende vermenigvuldigingsfactoren:
Geef aan of er sprake is van toename of afname en met welk percentage

Opgave 7.08
Een grote kledingzaak houdt een uitverkoop Bereken de nieuwe prijs van de volgende kledingstukken:

Opgave 7.09
Bereken in onderstaande tabel de verkoopprijs

Inhoud Hoofdstukken  |   Inhoud H7  |   naar boven  |   vorige  |   vervolg