...
6.2 Rekenen met wortels
Optellen en Aftrekken
Wortels mogen niet zomaar bij elkaar worden opgeteld of van elkaar worden afgetrokken. Eerst zullen de wortels berekend moeten worden.

voorbeeld hoe het NIET moet: √36 + √64 = √100 =10 dit mag dus niet !!!!!

voorbeeld: √36 + √64 = 6 + 8 = 14 zo is het wel goed
Opgave 6.02
Bereken de volgende wortelsommen:
Vermenigvuldigen en Delen
Wortels mogen wel zondermeer met elkaar worden vermenigvuldigd of door elkaar worden gedeeld.
voorbeeld:
4 x √9 = √36 = 6

100 : √25 = √4 = 2
Tot nu toe ben je in dit hoofdstuk alleen maar getallen tegengekomen waaruit je eenvoudig de wortel kunt trekken. Dat wil zeggen dat er een mooi heel getal uitkomt. Bij de meeste getallen is dat echter niet het geval. Maar ook met deze wortels kan op dezelfde manier gerekend worden. Als uit het antwoord dan niet de wortel getrokken kan worden dan laat je de wortel gewoon staan.
Opgave 6.03
Bereken de volgende wortelopgaven.
Als het kan trek dan de wortel uit het antwoord, laat anders de wortel staan.
Inhoud Hoofdstukken  |   Inhoud H6  |   naar boven  |   vorige  |   vervolg