Hoofdstuk 1 - Cijfers en Getallen
1.1 Inleiding
Over cijfers en getallen zijn ontzettend veel boeken geschreven. Over theorieën, geschiedenis en wat je ook maar kunt bedenken bij deze onderwerpen. Dit is echter een rekenboek en daar zal ik me vooral op richten. Toch is het leuk om hier en daar een klein stukje geschiedenis of rekenaardigheidjes toe te voegen.
1.2 Cijfers, Getallen, Nummers
Deze begrippen worden nogal eens door elkaar gebruikt. Dat is niet juist. Het gaat hier om drie verschillende zaken. Het is goed deze begrippen nog eens op een rijtje te zetten.

Cijfers
Ons huidige getallenstelsel bestaat uit slechts tien cijfers. Te weten 0 t/m 9. Daarom spreken we van een tientallig- of ook wel decimaal stelsel.

Getallen
Getallen worden samengesteld uit deze tien cijfers. Dus net zoals letters symbolen zijn om woorden te vormen zijn cijfers symbolen om getallen te vormen.
Gehele getallen, dus zonder breuk of komma, noemen we ook wel Natuurlijke of Integere getallen.

Nummers
Nummers zijn over het algemeen niet bedoeld om mee te rekenen. Een nummer is een soort (code)woord waarvoor geen letters zijn gebruikt maar cijfers.
Bijvoorbeeld: telefoonnummers, pincodes, of datums. Van een nummer zeggen we ook wel dat het een alfanumerieke waarde heeft.

1.3 Positioneel stelsel
De betekenis van het woord hangt af van de positie van de letter.
Zo heeft het woord ‘boer’ een andere betekenis dan ‘ober’ hoewel dezelfde letters zijn gebruikt.

Met getallen is het net zo, 3758 is een ander getal dan 5738.

De waarde van een cijfer is afhankelijk van de positie die het inneemt in het getal.
In 3758 heeft het cijfer 5 een waarde van 50.
In 5738 heeft het cijfer 5 een waarde van 5000.
We noemen ons getallenstelsel dan ook wel eens een positioneel stelsel.
Inhoud Hoofdstukken  |   Inhoud H1  |   vorige  |   naar boven  |   vervolg